Bouwkunde ‘basics’

In Nederland wordt over het algemeen niet-dragend gebouwd met een draagconstructie van hout en stro als isolatie vulling van de houten vakken. De standaard regels en details voor houtskeletbouw zijn dan ook een goed uitgangspunt om met het ontwerp van een strogebouw te beginnen.

Op sommige punten zijn er echter wel belangrijke verschillen. Daarom is het altijd goed om een ervaren strobouwer (architect, bouwkundige, aannemer of adviseur) bij het proces te betrekken. Hier zijn de belangrijkste ‘basics’ voor bouwen met stro samengevat.

 

Droog

Zorg er voor dat het stro altijd droog blijft.

1. Droog van boven:
De aansluiting tussen wand en dak moet zorgvuldig uitgevoerd zijn. Een wat grotere dak-overstek kan handig zijn als het stro op de bouwplaats wordt ingebouwd. Ook bij een met kalk gepleisterde buitengevel is een dak-overstek van voordeel om de wanden te beschermen tegen te veel regeninslag.

2. Droog van beneden:
Zonder extra maatregelen begint de strowand minimaal 300mm boven maaiveld als bescherming tegen opspattend regenwater. De plint (bv. een sokkel van cellenbeton stenen) moet met een waterkerende laag beschermd zijn tegen vocht van buiten en optrekkend vocht uit de grond.

3. Droog van buiten:
De buitenafwerking van een strowand moet waterdicht maar wel dampopen zijn. Mogelijke afwerkingen zijn een dampopen pleister van kalk of een geventileerde gevelbekleding in combinatie met een geschikte onderconstructie. Bij alle wandopeningen (ramen, deuren) moet men goed op een waterdichte detaillering letten. Dit geldt ook voor andere onderdelen die aan de wand aansluiten.

4. Droog van binnen:
Een douche kan je niet direct tegen een strowand plaatsen. Hou hiermee rekening tijdens het ontwerp of plaats een voorzetwand van een gipsvezelplaat met waterdichte afwerking. Watervoerende installaties kunnen beter niet direct in een strowand verlopen. Dit is ter voorkoming van vochtschade door onverhoopte lekkages en schades door condenswater bij koude leidingen.

5. Droog tijdens de bouw:
Tijdens de verwerking is het materiaal gevoelig voor regen. Vochtige of door regen nat geworden strobalen mogen niet worden verwerkt. Met ons klimaat is dat beslist een uitdaging. Zorg voor een droge opslag en een tijdelijke bescherming van nog niet afgewerkte constructiedelen. Ook de houtconstructie dient bij inbouw van het stro droog te zijn.

 

Dampopen en vochtregulerend

In de koude jaargetijden is de luchtvochtigheid binnenhuis hoger dan buiten. Het verschil in dampdruk leidt tot waterdamp transport van binnen naar buiten. Om te voorkomen dat vocht in de bouwconstructie terecht komt en door condensatie schade veroorzaakt wordt er in de conventionele houtskeletbouw met een dampwerende laag (folie of plaat) aan de binnenzijde gewerkt. Dit heeft echter negatieve consequenties voor het binnenklimaat – leven in een ‘plastic tas’ – en kan bij fouten in de uitvoering juist tot ophoping van vocht en bouwschades leiden.

Strobouw constructies worden dampopen uitgevoerd. Dat betekend dat de waterdamp door het bouwdeel door kan diffunderen. De binnenafwerking is vochtregulerend – maar niet dampdicht. Een ideale binnenafwerking voor strowanden is leem-pleister. Leem heeft de eigenschap om vocht uit de binnenlucht – door koken, wassen, douchen of gewoonweg de aanwezigheid van de bewoners – tijdelijk te kunnen bufferen. Hierdoor beschermt de leem de achterliggende constructie voor een te veel aan vocht. Een leemstuc op stro is circa 30 – 40 mm dik en wordt in drie lagen met een wapeningsnet aangebracht. Alternatieve dampopen afwerkingen zijn mogelijk. Voor dakconstructies zijn er speciale zelfregulerende en vochtvariabele damprem-banen.

Belangrijk is dat ook de buitenafwerking voldoende dampopen is. Eventueel binnentredend vocht kan zo weer ontsnappen door diffusie aan de buitenkant. Een dampopen bouwdeel is zeer robuust doordat vocht zowel aan de binnen- als aan de buitenkant kan uitdrogen. De kans op condensvorming in de constructie wordt zo geminimaliseerd.

Dampopen en vochtregulerend bouwen heeft een positieve invloed op het binnenklimaat. Dit staat echter los van luchtverversing door ventilatie. Ventilatie is altijd nodig voor een goede binnenlucht kwaliteit.

 

Luchtdicht en winddicht

Een belangrijk aspect van energiezuinig bouwen is de luchtdichtheid van het gebouw. Door kieren en naden ontstaat een ongewenste luchtstroming. Hierdoor gaat veel energie verloren. Ook kunnen er koude plekken met gevaar voor condensvorming in de constructie komen. Hoe beter een gebouw geïsoleerd is des te belangrijker wordt de luchtdichtheid en des te hoger zijn de eisen die eraan worden gesteld.

De luchtdichte laag ligt aan de binnenzijde van de isolatie. Pas je leemstuc aan de binnenzijde toe dan is dit ook je luchtdichte laag. Bij toepassing van een plaatmateriaal dienen de stoten luchtdicht uitgevoerd te worden. Belangrijk zijn alle aansluitingen en overgangen naar andere bouwdelen, zoals de kozijn aansluitingen en de overgangen naar vloer en dak. Hier wordt met speciale dichtingsbanen gewerkt. Ook andere elementen die de luchtdichte laag doordringen, zoals stopcontacten en pijpen, verdienen bijzondere aandacht.

De luchtdichtheid kan tijdens de bouw en na oplevering getest worden door middel van een blower door test.

De winddichte laag ligt aan de buitenzijde van de isolatie. De afwerking met kalkstuc maakt een strowand winddicht. Bij een geventileerde gevelbekleding kan men als winddichte afwerking direct op het stro kiezen voor een dampopen houtvezelplaat, leem-pleister of leem-pleister in combinatie met een dampopen onderspanbaan. 

 

Minimale koudebrug

Ook het thema koudebrug wordt des te belangrijker hoe beter een gebouw is geïsoleerd. Alle aansluitingen (kozijnen, vloer, dak etc.) moeten zo worden gedetailleerd dat het warmteverlies beperkt blijft. Zo voorkom je te veel energieverlies en sluit je koude plekken met kans op condensatie uit.

Juiste dichtheid (soortelijke massa)

De juiste dichtheid is een essentieel punt voor het bouwen met stro. Met dichtheid is de soortelijke massa, de verhouding tussen massa en volume, bedoeld. Bouw je met strobalen dan moeten deze stevig geperst zijn. Bij inbouw in de houten wandvakken worden de balen nog verder gecomprimeerd. Er zijn verschillende methodes om strobalen voor de bouw te verdichten. De manier van verdichting hangt ook af van de gekozen bouwmethode.

De dichtheid van stro in ingebouwde toestand moet 100 kg/m3 zijn, met een marge van plus of min 15 kg/m3. 
Dit is belangrijk om meerdere redenen.

  1. Brandveiligheid: Geperst stro gaat – in tegenstelling tot los stro – niet snel branden. Door de persing komt er weinig zuurstof bij de halmen in de baal. Verdicht stro mag daardoor als bouwmateriaal worden gebruikt zonder toevoeging van brandvertragende middelen.
  2. Isolatie: Het comprimeren zorgt ervoor dat het stro overal goed aan de houten frames aansluit en er geen gaten ontstaan.
  3. Fixatie in houten vakken: Het comprimeren zorgt er ook voor dat het stro goed in de vakken blijft zitten. Eventueel zijn er aanvullende maatregelen nodig voor de fixatie van de balen.
  4. Gewicht van stuc: Het comprimeren zorgt er voor dat door het gewicht van de stuc (vooral aan de bovenzijde) niet de strobalen naar beneden zakken.
  5. Oppervlak voor stuc: Het stro oppervlak moet stevig genoeg zijn om erop te kunnen stucken.

Prefab strobouwers hebben vaak hun eigen verdichting methodes ontwikkeld. Voor inblaas stro gelden – door de manier van inbouw – eigen regels, maar ook hierbij is de juiste dichtheid van belang.

Verdichting van strobalen op de werkplaats.
 

Afwerking zorgt voor brandwerendheid

Strowanden worden brandwerend door de juiste afwerking. Dit kan een pleister direct op het stro zijn of een bekleding met een geschikt plaatmateriaal. Met pleister afgewerkte strowanden hebben een uitstekende brandwerendheid – internationaal getest tot meer dan 90 minuten.

 

Installaties

Elektrische leidingen kunnen in een mantelbuis in de strowand verlegd worden. Belangrijk bij stopcontacten in de wand is dat de luchtdichte laag intact blijft. Daarvoor worden de inbouwdozen in een omsluitende laag leem gebed. Als de binnenkant met een plaatmateriaal afgewerkt wordt kunnen speciale luchtdichte inbouwdozen gebruikt worden.

Watervoerende leidingen kunnen beter niet in de strowand worden verlegd ter voorkoming van vochtschade door onverhoopte lekkages en schades door condenswater bij koude leidingen. Wel is het mogelijk om in de leem-pleister een wandverwarming te verleggen.

 
Share This