Strobouw achtergrond

TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN

Kenmerken van een strobaal 

  • Strobalen zijn een bij-product uit de landbouw. Het is daarom ruim voor handen en goedkoop.

  • Stro is een 100% biologisch materiaal.

  • Een wand van stro is vrij van giftige stoffen.

  • De energie die nodig is voor winning, bewerking en transport van stro is zeer gering.

  • Afmeting: breedte x hoogte x lengte: ca. 480 x 360 x ± 800 mm (varierende lengte), vaste persing.

  • Gewicht per baal ca. 15-20 kg, droog stro van goede kwaliteit met lange halmen (tarwe, rogge, gerst).

  • De verwerking tot wanden is eenvoudig en veilig. Strobalenbouw is hierdoor zeer geschikt voor zelfbouw.

  • Afhankelijk van het ontwerp is het mogelijk snel te bouwen. De aard van de afwerking en detaillering bepalen de benodigde hoeveelheid arbeid en daarmee in grote mate de kosten.

  • De warmte-isolatie is uitstekend (Rc>7m2K/W).

  • De akoestische eigenschappen zijn goed (Rw 55 dBA).

  • De bepleisterde strobalen zijn uitstekend brandwerend (>B90). Tijdens de bouw moet er echter wel voorzichtig worden omgegaan met open vuur.

  • Bij sloop komen geen schadelijke stoffen vrij en blijven er alleen makkelijk te verwerken of herbruikbare grondstoffen over.

Aandachtspunten

Tijdens de verwerking is het materiaal gevoelig voor regen en vuur. Vochtig of nat geregende strobalen mogen niet worden verwerkt. Met ons klimaat is dat beslist een uitdaging. Bij de detaillering dient men iedere mogelijkheid tot vochtophoping uit te sluiten. Daarom wordt voor ons klimaat aanbevolen om een al of niet tijdelijk dak te maken alvorens met de opbouw van de muren wordt begonnen.

De dikte van de uiteindelijke wand, ca. 55 cm, wordt soms als een nadeel ervaren. Veel strobalen worden daarom nu "op hun kant" verwerkt. Hierdoor wordt de dikte van de wand ca. 40 cm, wat is te vergelijken met een traditionele gemetselde spouwmuur.

De exacte afmeting van de strobalen zal afhankelijk zijn van de pers die gebruikt wordt. Het is dan ook essentieel voor een ontwerper dat de daadwerkelijke afmeting van de strobalen wordt nagemeten.

Oplossingen 

  • Van belang is dat er voldoende dakoverstek is (600mm per verdieping) om de wanden te beschermen voor teveel regeninslag.

  • De onderste laag strobalen moet ten minste 200mm (300mm is aan te raden) boven het maaiveld worden geplaatst, tegen opspattend regenwater. Naast het verminderen van de directe vocht belasting van het pleisterwerk is door de hogere plaatsing een betere luchtcirculatie verzekerd waardoor na een bui het sneller droogt.

  • Het is van belang dat de onderste laag balen minimaal 20mm boven de afgewerkte binnenvloerniveau zijn opgetild. Dit ter voorkoming van vochtschade door schoonmaakwater of onverhoopte lekkages.

  • De detailering van aansluitingen tussen het pleisterwerk en andere onderdelen zoals kozijnen en het dak moet zodanig worden uitgevoerd dat luchtlekkages worden vermeden. Een simpele kitvoeg aanbrengen is meestal onvoldoende omdat de dichtheid van deze voeg na verloop van tijd niet meer verzekerd is door werking van de constructie. Aansluitingen op pleisterwerk dienen zo uitgevoerd te zijn dat er minstens een knik ontstaat in het aansluitvlak tussen pleister en aansluitende constructie.

  • De wandopbouw en detailering moet zodanig zijn uitgevoerd dat koudebruggen zoveel mogelijk worden vermeden. Dit vooral ter voorkoming van inwendige condensatie ter plaatse van koudebruggen.

  • De pleisterlagen moeten voldoende damp open zijn opdat eventueel binnentredend vocht toch weer kan ontsnappen door diffusie door de pleisterlaag. Om deze reden zijn cementgebondenpleisters minder aan te raden als buitenpleister omdat zij te dampdicht zijn. Het aanbrengen van verflagen of vochtwerende middelen die de dampdoorlatendeheid negatief kunnen beinvloeden zijn hierdoor ook af te raden.